Blijft uw managementvennootschap interessant vanaf 1 januari 2018?

Enkele juridische evoluties op fiscaal en vennootschapsrechtelijk vlak geven aanleiding om stil te staan bij de toekomstperspectieven van uw managementvennootschap, of de oprichting ervan. 

Fiscale wijzigingen
Vanaf 1 januari 2018 treden een aantal nieuwe regels in werking die de fiscaliteit van de managementvennootschap betekenisvol wijzigen.

Vooreerst is er de daling van het tarief van de vennootschapsbelasting. Vanaf 2018 zullen managementvennootschappen die kwalificeren als kmo kunnen genieten van een verlaagd belastingtarief van 20% op de eerste schijf aan belastbare winst van 100.000 euro. Het deel van de belastbare winst boven 100.000 euro wordt belast tegen het gewoon tarief dat verlaagd wordt tot 29% (25% vanaf 2020).

Om de ‘vervennootschappelijking’ tegen te gaan, worden evenwel enkele compenserende maatregelen voorzien:

  • de minimum bezoldigingsvoorwaarde om te genieten van het kmo-tarief van 20% wordt opgetrokken van 36.000 euro naar 45.000 euro;
  • er wordt een minimale norm voor bedrijfsleidersbezoldigingen ingevoerd. Alle vennootschappen worden voortaan verplicht om minstens 45.000 euro per jaar uit te betalen aan een bedrijfsleider, tenzij de belastbare winst lager is. Doet de vennootschap dit niet, dan zal een bijzondere aanslag verschuldigd zijn van 10% op het verschil tussen 45.000 euro en de bedrijfsleidersbezoldiging.

Wanneer de regel inzake minimale bezoldigingen niet nageleefd wordt, leidt dit zowel tot een bijzondere aanslag als tot het verlies van het verlaagd belastingtarief van 20% en toepassing van het normale tarief (29% of 25%). Deze maatregel beoogt dividenduitkeringen, die worden belast tegen 30%, te ontmoedigen.

Kim Bronselaer

Daarnaast wordt de basisrentevoet voor het bepalen van het percentage van de belastingvermeerdering wegens gebrek aan voorafbetalingen verhoogd van 1% naar 3%. Het niet tijdig voorafbetalen door vennootschappen wordt bijgevolg een pak duurder.

Tot slot wordt ook het creatief omspringen met kosten en vrijstellingen ontmoedigd. Indien er naar aanleiding van een controle rechtzettingen gebeuren, zullen daarop geen aftrekken toegepast mogen worden. Er volgt met andere woorden een effectieve belastingkost.

Vennootschaps­-rechtelijke  initiatieven
Bovendien loont het de moeite om bij de (her)evaluatie van het al dan niet oprichten van een managementvennootschap ook rekening te houden met de nakende (drastische) wijzigingen in het Wetboek van Vennootschappen. De wijzigingen komen er onder impuls van minister Koen Geens en worden verwacht finaal goedgekeurd te zijn door de Kamer tegen eind dit jaar. De krachtlijnen van deze wijziging zijn onder meer: slechts vier vennootschapsvormen, waarbij de BV (vroegere BVBA) de belangrijkste vorm zou zijn; geen minimumkapitaal bij BV; invoering van meervoudig stemrecht en de beperking van de aansprakelijkheid van bestuurders. Bestaande vennootschappen zouden vijf jaar de tijd hebben om hun statuten aan te passen.

Alvast enkele belangrijke hervormingen in het Belgisch juridisch landschap om nauwkeurig op te volgen…

Tekst: Sara Burm en Kim Bronselaer | Beeld De Langhe Advocaten