Fiscaal Zomerakkoord goed voor bedrijf, slecht voor bedrijfsleider

Eerder deze zomer werd een politiek akkoord gesloten in het kader van de begrotingsopmaak. Wederom moesten drie stokpaardjes gecombineerd worden om tot een compromis te komen. Een verlaging vennootschapsbelasting (N-VA), gecombineerd met een activering van het spaargeld (Open VLD), met daar tegenover een hogere taxatie op vermogen (CD&V). Dit resulteerde in een resem nieuwe fiscale maatregelen, waarvan we hieronder de belangrijkste toelichten.

Goed nieuws: verlaging van de vennootschapsbelasting
Het kan niet meer ontkend worden dat België’s internationale concurrentiepositie in het gedrang komt door de hoge belastingdruk voor vennootschappen. Dat het algemeen tarief vanaf 2018 zal dalen van 33,99% naar 29,58% kunnen we alleen maar toejuichen. Er volgt bovendien een verdere verlaging naar 25% vanaf 2020!

Daarmee komen wij op gelijkaardige hoogte te staan als het Europees gemiddelde.

Voor ‘fiscale kmo’s’ klinkt dit goede nieuws zelfs nog beter. Daaronder valt elke vennootschap die minstens 50% in privéhanden is en verder aan een paar parameters voldoet. Zo mag het uitgekeerde dividend niet hoger zijn dan 13% van het gestorte kapitaal en moet de onderneming aan minstens een van zijn bedrijfsleiders een bezoldiging toekennen van minimaal 36.000 euro (45.000 euro vanaf 2018). Als het belastbaar inkomen van de onderneming lager is dan dit bedrag, moet de bezoldiging minstens gelijk zijn aan het belastbaar inkomen.

Een vennootschap die valt onder het kmo-tarief betaalt vanaf 2018 slechts 20% vennootschapsbelasting op de eerste 100.000 euro winst!

Verder hoeft een vennootschap die vandaag belegt in aandelen, enkel meerwaardebelasting te betalen indien die aandelen verkocht worden (met winst) binnen het jaar na aankoop. Vanaf 2018 zal er een bijkomende voorwaarde toegevoegd worden. Enkel indien de vennootschap een participatie aanhoudt van minstens 10%, of voor een tegenwaarde van 2,5 miljoen euro, zal de meerwaarde vrijgesteld zijn.

Veel vennootschappen zullen dus hun beleggingsportefeuille anders moeten invullen.

Activering van het spaargeld
Met de halvering van de huidige vrijstelling op spaarboekjes (1.880 euro wordt 940 euro) hoopt de regering de miljarden op spaarboekjes los te weken. Tegelijk promoot men indirect het beleggen in aandelen door een vrijstelling van roerende voorheffing te introduceren op de eerste schijf van 627 euro aan dividendinkomsten.

Het betreft een ‘tax reclaim’ in die zin dat de belegger eerst de volle 30% roerende voorheffing zal betalen om nadien, via de aangifte personenbelasting, de roerende voorheffing op die 627 euro terug te claimen.

Slecht nieuws: taxatie van grote vermogens
Als tegengewicht in de politieke weegschaal wordt een nieuwe ‘effecten-taks’ op beleggingsportefeuilles ingevoerd.

Effectendossiers (aandelen, obligaties, fondsen) vanaf 500.000 euro betalen vanaf volgend jaar een taks van 0,15% per jaar.

Er is dus een belastingvrije som van 500.000 euro, en dit per belastingplichtige of 1 miljoen euro per koppel. Het is aan uw financiële instelling om elke maand de portefeuille te waarderen en de taks af te houden, gerekend op het gemiddelde bedrag van die 12 evaluaties.

Eigenaardig dat zodra de portefeuille die 500.000 euro overschrijdt, de belegger 0,15% betaalt vanaf de eerste euro. Plots verdwijnt met andere woorden die vrijgestelde schijf?

Ontsnappen? De belastingplichtige zal de waarde van zijn effectenrekeningen moeten opbiechten alsook het aantal (buitenlandse) rekeningen. Enkel het ‘salamiseren’ van de bedragen door successieplanning of beleggen via een vennootschap of verzekeringsproducten zou een piste zijn.

Het grootste gevaar is dat die 0,15% verder kan stijgen bij elke begrotingsronde..

Conclusie
Enerzijds bevat het akkoord een mijlpaal, door de vennootschapsbelasting drastisch te verlagen. Dit moet de Belgische bedrijven een betere internationale concurrentiepositie bijbrengen en moet onrechtstreeks leiden tot meer jobs.

Anderzijds is het betreurenswaardig dat opnieuw het vermogen geviseerd wordt door die zogenaamde ‘effecten-taks’.

Enkele belangrijke details moeten nog uitgewerkt worden. Het is niet voor niets een ‘zomerakkoord’ dat de herfst en winter nog moet doorstaan. Die seizoenen zullen een impact hebben op het eindresultaat.

Hoe dan ook is de bedrijfsleider-belegger opnieuw gewaarschuwd, en laat men zich beter bijstaan door een financiële specialist.

Vincent Lambrecht
Director estate planning, CapitalatWork